Dit is een bijdrage van Herma Doornekamp

Noord-Holland, bustocht, 17 maart 2019

Bustocht Noord-Holland, 17 maart 2019

Zet Mart Leek en Toon van Diepen bij elkaar en voor je het weet hebben ze samen een plan voor een leuke dag  bedacht. Zo ging dat ook dit jaar. En net als voorgaande jaren begon de dag met koffie met taart en het maken van een lunchpakket zodat niemand ongerust hoefde zijn dat hij met een lege maag op stap zou moeten. De ‘Magneet’, een bus uit 1974 stond al klaar en Mart had zijn versierde klompen al aan zodat we om kwart voor tien konden vertrekken.

Toon vertelde dat we twee musea zouden gaan bezoeken: de Stichting Historische Verbrandingsmotoren Papendrecht en het Nationaal Bagger Museum in Sliedrecht. Het klonk mij nogal technisch in de oren en ik vroeg me af of ze wel rekening gehouden hadden met de niet-technici (lees dames) onder ons. Aan het einde van de dag kon ik concluderen dat dat wel zo was want ook de dames waren geboeid door alle verhalen van de gidsen.

De SHVP werd in 2012 opgericht door Peter Reichwein met als doel het behoud van een zeer bijzonder technisch historisch erfgoed in Nederland. Hij begon met het verzamelen van wat staionaire motortjes en stalde die in zijn schuur. Maar zoals het vaker gaat: zijn verzameling breidde uit met steeds meer en grotere exemplaren en hij besloot een grote loods te bouwen. Nu staan daar 28 indrukwekkende en grote motoren. Het onderhoud doet hij samen met een groepje vrijwilligers. Er staan motoren die gemaakt zijn door o.a. Werkspoor, Kromhout, Brons, Industrie, Berkel en Ruston Hornsby. Als ik het goed onthouden heb, werd de oudste machine in 1917 geproduceerd.

We kregen een ontzettend interessante rondleiding langs de verschillende motoren met uitleg over de werking en een demonstratie van het starten. Dat was bij sommige machines nog een flinke klus. Opvallend was het vele, glimmende koperwerk, prachtig maar ook heel arbeidsintensief. Voor de allergrootste motor werd een vrijwilliger ingeschakeld om een hendel over te halen want daarbij was het starten een tweemansklus.

We waren het er met zijn allen over eens: dit museum is een bezoek meer dan waard. Na de lekkere koffie, thee en koek en later het nuttigen van het meegebrachte lunchpakket werd deel twee van de reis begonnen.

Daarvoor hoefden we niet lang in de bus want Sliedrecht was het volgende doel. Daar werden we gastvrij ontvangen en werd de groep in drieën gesplitst. Iedere groep ging met een enthousiaste gids op pad om de bijzondere collectie te bekijken. Er is zoveel te zien: van miniatuur baggerschepen tot een echte stoombaggermolen uit 1936 die hier van zijn pensioen ligt te genieten. Het pand waarin het museum gevestigd is, is ook heel leuk om te bekijken. Het is een prachtig dijkhuis dat in 1885 gebouwd werd en dat voorzien is van prachtige Jugendstil ramen. We mochten even voelen hoe zwaar een goudstaaf is (helaas geen echte) maar hij wordt wel in de kluis bewaard en we zagen hoe een biljet van 1000 gulden eruit zag.

Ondanks het feit dat we meer dan 3 uur de tijd hadden, hadden we lang niet alles gezien maar het werd tijd om iets te drinken (met een baggermolenkoekje). Bovendien moesten we weer terug want in ‘De Rijper Eilanden’ werd al hard gewerkt aan een smakelijk diner. Dat bleek een goede stimulans om iedereen weer in de bus te krijgen.

In De Rijp werden we verwelkomd met een drankje waarna de mosterdsoep werd uitgeserveerd. Het hoofdgerecht mocht je zelf bij elkaar kiezen bij het buffet en daar werd graag en uitgebreid gebruik van gemaakt. Gelukkig hadden we nog net wat ruimte over voor een toetje van ijs met vruchten. Na een welgemeend bedank applaus voor beide organisatoren ging iedereen weer terug naar huis.

Mart en Toon: hartelijk bedankt voor deze leuke, gezellige en leerzame dag

 

Deel deze pagina op uw sociale media
Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.